Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 9.

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012

1.. Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, moet het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag, worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag, van de afrekening van Brabant Water N.V.. 2.. In het geval dat de belasting bij wege van gedagtekende kennisgeving wordt geheven, moet het belastingbedrag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 3.. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste en tweede lid, moet het voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag, worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en de tweede twee maanden later. 4.. In afwijking van het tweede en derde lid geldt, indien is gekozen voor automatische incasso en zolang de verschuldigde bedragen kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 5.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden vermelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel