Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 16

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de informatie- en themabijeenkomsten en raadscommissies

De zittingsperiode van een lid, de voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Een lid, de voorzitter houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 14, tweede lid, gestelde eisen. De raad kan een niet-raadslid ontslaan als commissielid op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. De raad kan de voorzitter ontslaan. Een lid, de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad, via een bericht aan de griffie. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als de opvolger is benoemd. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 14 en 15. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel