Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig acht de spreker te wijzen op hetgeen in de verordening bepaald is en de spreker aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;
een lid hem interrumpeert, na toestemming van de voorzitter. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk en zonder toestemming van de voorzitter interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
De voorzitter kan een lid van een raadscommissie dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.
Over het voorstel tot het ontzeggen van het verblijf in de vergadering wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 31
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Verordening op de informatie- en themabijeenkomsten en raadscommissies