Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 3.1 onder a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
problemen bij het uitvoeren van de ontvangen mantelzorg
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.
Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 3.1 onder b vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als
de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of
niet beschikbaar is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Primaat van de algemene hulp bij het huishouden.
Onderdeel van Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Oisterwijk 2008