Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 4.

Geen individuele compenserende maatregelen

Onderdeel van Verordening Wmo Individuele compenserende maatregelen 2012​

Geen individuele compenserende maatregelen vinden plaats indien: er, voor belanghebbende eerst in aanmerking te nemen beschikbare (wettelijk) voorliggende, algemene of algemeen gebruikelijke of collectieve voorzieningen voorhanden zijn die voorzien in een adequate compensatie, waaronder mede worden verstaan huisgenoten die gebruikelijke zorg kunnen verlenen; als de belanghebbende, vooruitlopend op de vaststelling van de noodzaak van compenserende maatregelen, kosten heeft gemaakt of verplichtingen is aangegaan voor het bedrag van de kosten of verplichtingen; er bij belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor compensatie wordt aangevraagd; de kosten, waarop de compensatie betrekking heeft, naar oordeel van het college vermeden hadden kunnen worden; het een vraag betreft die al eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze voorafgaande verordening is gecompenseerd en waarvan het college van mening is dat de getroffen maatregelen nog steeds adequaat zijn omdat bijvoorbeeld de normale afschrijvingstermijn van de compenserende maatregel nog niet is verstreken. Dit is niet van toepassing indien de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; er een kortdurend participatieprobleem, minder dan zes maanden, is vastgesteld; de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Amersfoort of zijn/haar hoofdverblijf buiten de gemeente valt; door het college wordt vastgesteld dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de verantwoordelijkheden genoemd in artikel 6; het college geen beperking, chronisch, psychisch of psychosociaal probleem heeft vastgesteld dat de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie beperkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel