Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Het recht op begeleiding

Onderdeel van Verordening Wmo individuele voorzieningen Zuidplas 2012

1. Een persoon met beperkingen kan voor begeleiding op psychosociale grondslag in aanmerking worden gebracht wanneer er sprake is van: a. ernstige problemen in de sociale redzaamheid; b. een ernstige (psychische) ontwrichting van het functioneren van de persoon met beperkingen en het gezin in relatie tot zijn sociale omgeving en deze ontwrichting kan leiden tot ernstige problemen op het gebied van de sociale redzaamheid. 2. Om te bepalen of de noodzaak als bedoeld in lid 1 aanwezig is onderzoekt het college of de beperkingen die de persoon met beperkingen in zijn functioneren ondervindt een gevolg is van een psychosociaal probleem. Het onderzoek omvat ook: a. de algemene gezondheidstoestand; b. het psychisch en sociaal funtioneren; c. de leefomstandigheden in de woning; d. de sociale omstandigheden. 3. Op basis van het in het tweede lid bedoelde onderzoek stelt het college de aard en de omvang van de toe te kennen voorziening vast.

Rechtspraak bij dit artikel