**1..** De op de voet van artikel 14 eerste lid, verschuldigde rechten moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
**2..** In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, meer is dan € 100,--, doch minder is dan € 2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
**3..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijn.
**4..** De op de voet van artikel 14 tweede lid, geheven rechten moeten worden betaald:
a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking;
b. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 20 dagen na de dagtekening.
Hoofdstuk III
Artikel 17