Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

– Begrippen

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012

1.. Voor zover begripsomschrijvingen in deze verordening niet nader worden gedefinieerd, hebben zij dezelfde betekenis zoals opgenomen in de Wet werk en bijstand. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; WTOS: de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF: de Wet studiefinanciering 2000; het college: het college van burgemeester en wethouders; belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij de aanvraag is betrokken; uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; referteperiode: een periode van 60 maanden, voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet. Waar in dat artikel de zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” wordt gebruikt, moet daarvoor in de plaats worden gelezen: “de referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van wat artikel 32 van de wet daarover bepaalt, voor de beoordeling van het recht op de langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel