1. De naamgeving vindt plaats op basis van samenhangende categorieën (thema’s). Bij de naamgeving van nieuwe complexen van openbare ruimten wordt daarom eerst de categorie gekozen.
2. Nieuwe namen worden zo veel mogelijk ontleend aan:
a. algemeen bekende en vertrouwde zaken;
b. overgeleverde veldnamen, plaatsnamen, waterlopen e.d.;
c. personen die langer dan 10 jaar geleden overleden zijn;
d. plaatselijke gebeurtenissen, die langer dan 10 jaar geleden hebben plaatsgevonden.
3. Dat een persoon tenminste tien jaar geleden moet zijn overleden geldt niet voor een lid van het Koninklijk Huis.
4. Indien mogelijk dient de instemming te worden gevraagd van de naaste familie van de te vernoemen persoon.
a. Met betrekking tot het vernoemen van straten naar plaatselijk bekende personen dient terughoudendheid in acht te worden genomen. Ten behoeve van de plaatselijke geschiedenis kan de naam van een lokaal bekend persoon levend worden gehouden door toekenning van een straatnaam. Gebleken moet echter zijn dat de verdienste van een dergelijke persoon van blijvende betekenis is. De bijdrage aan de ontwikkeling van de gemeente of de gemeenschap moet gedocumenteerd zijn. De levensloop van een te vernoemen persoon dient zorgvuldig te worden nagegaan. Het moet zeker zijn dat hij/zij geen ongunstig (oorlog)verleden heeft.
b. Een naam mag geen verwarring wekken met een al bestaande naam binnen de gemeente.
5. Indien een nieuwe wijk wordt gerealiseerd, heeft het de voorkeur dat bij het geven van nieuwe namen (of een nieuwe naam) wordt aangesloten bij het thema c.q. namensysteem van de wijk.
6. De uitstraling van hetgeen wordt vernoemd moet zoveel mogelijk passen bij de maatschappelijke bijdrage of invloed van een te vernoemen persoon.
7. De naam van hetgeen wordt vernoemd moet passen bij het karakter van hetgeen moet worden vernoemd. Als voorbeeld kan het volgende dienen. Het achtervoegsel “laan” kan alleen achter een straatnaam worden gevoegd indien daadwerkelijk sprake is van een lange brede weg die voorzien is van groenvoorziening.
8. Bestaande bedrijven worden niet vernoemd.
9. Een naam dient goed en makkelijk uit te spreken te zijn.
10. Een naam moet niet te moeilijk te spellen zijn.
11. Een naam mag niet eenvoudig zijn te verbasteren, niet dubbelzinnig zijn en mag geen ongunstige associaties opwekken.
12. Een bestaande naam wordt alleen in uiterste noodzaak veranderd. Door wijziging van de verkeerssituatie kan het beloop van een straat zodanig wijzigen, dat in het algemeen en voor de hulpdiensten in het bijzonder de vindbaarheid van panden in het geding komt. Schrijfwijze
Afkortingen
1. Er worden geen afkortingen toegepast in de aanduiding van de openbare ruimte (dus: straat in plaats van str., laan in plaats van ln, enzovoorts);
2. Wetenschappelijke titulatuur wordt afgekort (Prof., Dr., Mr., Drs., St., enzovoorts). Wanneer het echter gaat om een dokter of een schoolmeester, dan wel voluit schrijven;
3. Kerkelijke titels worden voluit uitgeschreven, tenzij de spelling niet eenduidig is. Bijvoorbeeld: “monsigneur” is de schrijfwijze volgens het groene boekje. De Nederlandse katholieke kerk hanteert de schrijfwijze “monseigneur”. Bij de naamgeving wordt dan de afkorting “Mgr.” gebruikt. Pastoors en dominees worden volledig uitgeschreven;
4. Adellijke titels worden volledig uitgeschreven (Prinses, Prins, Graaf, Gravin,enzovoorts);
5. Militaire rangen worden volledig uitgeschreven;
6. Burgemeesters en wethouders worden volledig uitgeschreven;
7. Achter elke afkorting wordt een punt gezet;
8. Achter elke punt wordt een spatie gezet; Spelling
De schrijfwijze wordt gehanteerd volgens de op het moment van benoeming geldende spellingsregels. Er worden geen wijzigingen in schrijfwijzen toegepast als de spellingsregels op een bepaald moment wijzigen.
Hoofdstuk
Artikel C
Criteria voor straatnaamtoekenning.
Onderdeel van Beleidsregels straatnaamgeving en (huis)nummering 2011 Gemeente Neder-Betuwe