Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel E

uitleg soorten objecttypen

Onderdeel van Beleidsregels straatnaamgeving en (huis)nummering 2011 Gemeente Neder-Betuwe

1. Verblijfsobjecten: a.Woonobjecten zijn verblijfsobjecten als ze deel uitmaken van een pand en een eigen afsluitbare toegang hebben vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Ongeacht het soort pand, vrijstaande woning, rijtjeshuis, twee onder één kap-woning, flatwoning en galerijwoning. Appartementen in een appartementengebouw krijgen afzonderlijke huisnummers, maar onzelfstandige eenheden (d.w.z. met bijvoorbeeld gedeeld gebruik van keuken, badkamer en toilet) in b.v. een kamerverhuurbedrijf of een begeleide woonvorm niet. Eventuele garageboxen in of aan de woning, die geen zelfstandige woon-, bedrijfsmatige of recreatieve functie hebben, zijn geen pand en ook geen verblijfsobject. Vrijstaande garageboxen zijn wel als pand te onderscheiden, maar zijn geen verblijfobject. Uitzondering daarop zijn series garageboxen. Deze krijgen wel een eigen nummeraanduiding. b.  Bedrijfsruimte is een verblijfobject, als deze deel uitmaakt van een pand en eigen afsluitbare toegang heeft vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Ongeacht het soort pand, in een woning, onderin een flatgebouw, in een kantoorruimte en in een fabriek. Dit geldt ook, als het pand gelegen is op een bedrijfsterrein van één bedrijf met mogelijk een centrale toegang en een centraal hoofdgebouw. De panden op een dergelijk terrein, die bedrijfsmatig in gebruik zijn en zelfstandig voldoen aan de criteria die gelden voor de verblijfsobject-afbakening, krijgen een eigen nummeraanduiding. c. Nutsvoorzieningen. Het hoofdgebouw van b.v. elektriciteitscentrale wordt als verblijfobject afgebakend. Eventuele andere panden van de centrale worden beschouwd als bijgebouwen en zijn geen verblijfobjecten. Een betreedbaar transformatorhuisje is een verblijfsobject. Een niet-betreedbaar transformatiehuisje is geen pand en dus ook geen verblijfsobject. Gebouwen voor telecommunicatie, die als pand zijn afgebakend, zijn tevens verblijfsobjecten. d.Verkeer en vervoer. Stationsgebouwen die afgebakend zijn aan pand kunnen verblijfsobjecten bevatten. Wachtruimte op een perron is geen pand, per definitie ook geen verblijfsobject. Een parkeergarage die als pand is afgebakend is tevens een verblijfobject. Ook een gezamenlijke garage onder een flatgebouw is een verblijfsobject mits deze afsluitbaar is. e.  Agrarische objecten. Het hoofdgebouw van de boerderij is een verblijfsobject. Veelal bestaat dit hoofdgebouw uit een woongedeelte en een agrarisch gedeelte. Dit agrarische gedeelte wordt beschouwd als dienstbaar en wordt niet als afzonderlijk verblijfsobject onderscheiden. Dat geldt ook als de bedrijfsvoeren een maatschap is. Er worden alleen extra verblijfsobjecten onderscheiden als er sprake is object dat volledig aan de definitie voor verblijfsobjecten voldoet. Bijvoorbeeld een zelfstandige woning of een zelfstandig bedrijf. f.  Overigen: Sportgebouwen zijn verblijfsobjecten. Clubhuizen, sporthallen, zwembaden, krijgen een eigen nummeraanduiding.Een hotel, pension of restaurant zijn verblijfsobjecten. Een vakantiehuisje of vakantiebungalow is een verblijfobject, mits deze een pand is. Een camping is als zodanig geen verblijfsobject. Gebouwen op de camping (receptie, winkels) kunnen verblijfsobjecten zijn, als ze deel uitmaken van een pand en beschikken over een afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of gedeelde verkeersruimte. Musea en pretparken, krijgt het hoofdgebouw een eigen nummeraanduiding, de andere panden zijn dienstbaar aan het hoofdgebouw. g.  Recreatieterreinen: terreinen worden niet genummerd. Een hoofdgebouw (met eventuele bijgebouwen) zal worden genummerd conform beschreven onder woningen of bedrijven, afhankelijk van de eigenlijke functionaliteit van dit gebouw. h. Terreinen met specifieke functie, zoals: parkeerterreinen, campings, speelplaatsen e.d. zullen niet worden genummerd, indien er geen gebouwen op staan. Bij aanwezigheid van hoofdgebouwen, krijgt deze een nummeraanduiding. 2. Standplaatsen : Volgens de definitie van standplaatsen dient er sprake te zijn van permanente plaatsing van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden woon-, bedrijfs- of recreatieruimte. Dat betekent, dat b.v. seizoen- of jaarplaatsen op recreatieterreinen geen standplaatsen zijn volgens de Wet BAG. Als een object niet naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, maar het terrein is bedoeld voor het permanent plaatsen van een object, kan de gemeente een standplaats aanwijzen. Hierbij wordt primair gedacht aan woonwagens 3. Ligplaatsen: Woonboten, waterwoningen of bedrijfsmatig gebruikte boten die permanent zijn afgemeerd, worden volgens de definitie van de Wet BAG aangemerkt als ligplaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel