Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie wordt, in elk jaar waarin de BIZ-bijdrage wordt geheven, jaarlijks door het college betaalbaar gesteld in maximaal drie termijnen, met inachtneming van het bepaalde in het volgende leden. 2.. Het totaal van de drie jaarlijkse termijnen bedraagt ten hoogste het bedrag van de BIZ-bijdragen, die in het betreffende jaar worden geïnd, verminderd met de in het betreffende jaar gemaakte perceptiekosten voor de heffing en invordering van de Biz-bijdragen, zoals opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst. 3.. Het totaal van de drie termijnen wordt als volgt beschikbaar gesteld: Vóór 28 februari van het betreffende jaar 50% van de BIZ-bijdragen voor dat jaar; Vóór 1 mei van het betreffende jaar 75% van de BIZ-bijdragen voor dat jaar, verminderd met het bedrag dat op de voet van sub 1 van dit lid betaalbaar is gesteld én verminderd met de voorlopig gecalculeerde in dat jaar gemaakte perceptiekosten; Het restant zal, na definitieve calculatie met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, vóór 31 december van het betreffende jaar betaalbaar worden gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel