In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de
heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit reeds niet is
geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
waarde van:
ten behoeve van land- of bosbouw bedrijfsmatige geëxploiteerde
cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de
kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als
voedingsboden te gebruiken;
glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of
teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in
onderdeel a bedoelde grond;
onroerende zaken, die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
levensbeschouwelijke aard;
één of meer onroerende goederen, die deel uitmaken van een op de
voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed, dat voldoet aan de
voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende
gebouwde eigendommen;
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met
volledige rechtsbevoegdheid, welke zich uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd
worden;
openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken, die worden beheerd
door organen, instellingen of diensten van publieksrechtelijke
rechtspersonen;
werken, die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten
van publieksrechtelijke rechtspersonen;
werktuigen, die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden
zonder dat beschadiging van betekenis van werktuigen wordt toegebracht
en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te
merken;
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn geplaatst ten gerieve of
in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter
verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,
standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en
palen;
Objecten in gebruik bij non-profit organisaties.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Waardevrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Centrum Losser