Termijnen van betaling
Het op grond van artikel 14, eerste lid, verschuldigde recht moet worden betaald:
betaald:
in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in 2 gelijke termijnen waarvan de 1ste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de 2de termijn vervalt op de laatste dag van de vierde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
in gevallen bedoeld in het eerste lid, geldt in afwijking in zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 10 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Het op grond van artikel 14, tweede lid, geheven recht moet worden betaald:
ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking;
ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk II
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gulpen-Wittem 2001