Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 19

Vergunning gedenkteken/grafbedekking

Onderdeel van Verordening op het beheer van de begraafplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht 2012

1.. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. Bij de schriftelijke aanvraag voor vergunning tot het hebben van een gedenkteken behoort een werktekening te worden ingediend. Op deze werktekening dienen ten minste voor te komen: een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen; de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal; de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn; de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s); het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop. 2.. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. 3.. De beslissing op de aanvraag wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk medegedeeld. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 4.. Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. Na het beëindigen van de werkzaamheden op de begraafplaatsen door personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten en daarmee gelijk te stellen personen dienen alle sporen van het werk ten genoegen van de beheerder te zijn verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel