Aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder die géén aantoonbare
woonkosten zelf betaalt wordt géén toeslag verstrekt.
De toeslag voor de alleenstaande van 21 jaar bedraagt 10%.
De toeslag voor de alleenstaande van 22 jaar, in wiens woning geen
ander zijn hoofdverblijf heeft, bedraagt 15%.
De toeslag voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de
alleenstaande ouder, in wiens woning géén ander zijn hoofdverblijf
heeft, bedraagt 20%.
De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder, in wiens
woning een ander of meerdere anderen zijn/hun hoofdverblijf
heeft/hebben, bedraagt 10%.
In uitzondering op het derde lid bedraagt de toeslag 20% als de
ander
het ten laste komend kind is, of
het meerderjarig studerend kind is als bedoeld in artikel 4 tweede
lid van de wet; of
de persoon is die zorg nodig heeft als bedoeld in artikel 4 vijfde
lid van de wet.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012