Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Uitzondering bijstand

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand

1.. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of secretaris ambtelijke bijstand tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; het verzoek betrekking heeft op zaken ten aanzien waarvan een geheimhoudingsplicht is opgelegd op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, dan wel een aldaar vermeld belang zich tegen openbaarheid verzet; de gevraagde bijstand een dusdanig groot beslag op de ambtelijke capaciteit dreigt te leggen dat de uitvoering van de reguliere werkzaamheden in het gedrang komt. Dit ter beoordeling van de secretaris. 2.. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3.. Indien de bijstand op grond van het eerste wordt geweigerd, deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel