Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in
onvoldoende mate wordt gediend;
b. de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te
bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een
subsidiebeschikking heeft ontvangen;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat (indien noodzakelijk) een
omgevingsvergunning/monumentenvergunning is verleend;
voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 15 jaar voorafgaand aan
het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;
per periode van 3 jaar het maximale subsidiebedrag van 6000 euro voor het
betreffende subsidiabele object wordt overschreden;
door het toekennen van de subsidie het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 3
wordt overschreden.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde
in lid 1 onder c. en f.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling Monumenten en Beeldbepalende panden, Amersfoort 2011