Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling Monumenten en Beeldbepalende panden, Amersfoort 2011

Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien: met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; b. de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen; met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat (indien noodzakelijk) een omgevingsvergunning/monumentenvergunning is verleend; voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 15 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend; per periode van 3 jaar het maximale subsidiebedrag van 6000 euro voor het betreffende subsidiabele object wordt overschreden; door het toekennen van de subsidie het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 3 wordt overschreden. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in lid 1 onder c. en f.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel