**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand (Stb.2003, 375);
toeslag: het hoger vaststellen van de bijstandsnorm voor een alleenstaandeof een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 25 van de wet;
verlaging: het lager vaststellen van de bijstandsnorm en de toeslag, bedoeld in de artikelen 26, 27, 28 en 29 van de wet;
alleenstaande: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad de zorgbehoefte is vastgesteld;
alleenstaande ouder: de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad de zorgbehoefte is vastgesteld;
gehuwde: een persoon die gehuwd is en 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is;
kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
ten laste komend kind:het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
woning: een woning, een woonwagen of een woonschip;
woonkosten:
1- indien een huurwoning wordt bewoond:, de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag.
2- indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering
van de woningverschuldigde hypotheekrente en de in verband
met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke
lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsdeel van de onroerendzaakbelasting, de
opstalverzekering en het eigenaarsdeel van de waterschapslasten;
hoofdverblijf: de woning waar belanghebbende zijn woonstede heeft, of bij het ontbreken daarvan de plaats waar belanghebbende werkelijk verblijf houdt;
netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op
vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15
van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan
maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting,
premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen
en het werknemersaandeel ziekenfondspremie.
zorgbehoefte: of er sprake is van een verzorgingsbehoevendheid wordt vastgesteld aan de hand van een medisch onderzoek. Er is sprake van verzorgingsbehoevendheid wanneer, indien er geen verzorging voor de verzorgingsbehoevende plaats zou vinden, opname in een instelling voor verpleging of verzorging noodzakelijk zou zijn.
**2..** In deze verordening wordt gelijkgesteld met gehuwd: als partner geregistreerd.
**3..** gehuwde wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die met: een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad de zorgbehoefte is vastgesteld, een gezamenlijke huishouding voert.
**4..** Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
**5..** Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
**6..** Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
zij met elkaar gehuwd geweest zijn of eerder voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaats gevonden van een kind van de een door de ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het vijfde lid.
Afdeling I.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen 2004