**1..** De in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en faecaliën moeten zijn aangesloten aan een openbaar riool.
Deze eis is niet van toepassing in delen van de gemeente waarin volgens het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan geen openbare riolering aanwezig is. Hemelwater moet gescheiden worden aangeboden. Het moet – na buffering – worden geïnfiltreerd in de bodem en/of afgevoerd worden naar oppervlaktewater. Voor infiltratie moet een bladafscheider worden toegepast.
**2..** Op aanwijzing van het bouwtoezicht wordt bepaald:
op welke plaats, op welke hoogte en met welke binnenmiddellijn de voor het maken van de aansluiting noodzakelijke leiding of leidingen de gevel van het gebouw, dan wel de grens van het erf of terrein moet of moeten kruisen;
of er al dan niet voorzieningen in die aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld ter oorkoming van het terugvloeien van afvalwater en faecaliën, ingeval de leiding te laag gelegen is m op natuurlijke wijze op het openbaar riool te lozen.
**3..** Het bevoegd gezag krachtens de Wet milieubeheer bepaalt of er al dan niet voorzieningen in de edoelde aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld om de goede werking of de goede staat van het openbaar riool te verzekeren, dan wel ter voorkoming van hinder voor andere aangeslotenen aan het openbaar riool, ingeval de hoeveelheid of de aard van de af te voeren stoffen daartoe aanleiding geeft.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het eerste lid als afvoer op een andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem en lucht mogelijk is voor bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 meter van een openbaar riool liggen.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 7:
Artikel 2.7.4
Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Dalfsen 2009