**1..** De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid van de WWB bedraagt 20% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder als in diens woning niet een ander zijn hoofdverblijf heeft en de belanghebbende daardoor de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen, dan wel anderszins de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen.
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de WWB bedraagt 10% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft en die daardoor de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
Een meerderjarig kind dat uit rijkskas bekostigd onderwijs volgt en aanspraak kan maken studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in aanmerking komt en wiens inkomen minder bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 4 lid 2 aanhef WWB.
Asielzoekers met een vervangende verstrekking als bedoeld in artikel 3 van het ministeriële besluit 691161/98DVB dat is gebaseerd op de bevoegdheid in artikel 4 RVA 1997 om bepaalde categorieën asielzoekers van verstrekkingen als bedoeld in artikel 5 RVA 1997 uit te sluiten.
Hoofdstuk
Artikel 5
Toeslagen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid, participatie en inkomen