**1..** Voor een langdurigheidstoeslag komt in aanmerking degene, die gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen per maand, dat niet hoger is dan 101% van de bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.
**2..** Geen recht op langdurigheidstoeslag heeft de persoon, die op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Artikel 3 Hoogte van de toeslag
De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gezinnen € 500,00
voor een alleenstaande ouder € 447,00 en
voor een alleenstaande € 350,00.
Voor de toepassing van het eerste lid is de gezinssituatie op de peildatum bepalend.
Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet dan komt de rest van het gezin voor een langdurigheidstoeslag in aanmerking naar de hoogte die als alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin zonder dit betreffende gezinslid zou gelden.