**1.** Het college kan een aanvraag voor subsidie afwijzen indien
a. de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
b. de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate passen binnen de gemeentelijke doestellingen;
c. de aanvrager of de activiteiten niet openstaan voor alle individuen en groeperingen, dan wel onderscheid maakt op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook;
d. de instelling niet in staat is een correct overzicht van bezittingen en schulden en verkregen exploitatieresultaten, voorzien van bewijsstukken, te overleggen.
e. de subsidie-aanvrager niet voldoende samenwerkt met andere instellingen die dezelfde of op hetzelfde beleidsterrein activiteiten verzorgen;
f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, om de kosten van de activiteiten te dekken;
g. de aanvrager onvoldoende gebruik maakt van de mogelijkheden andere inkomsten te verkrijgen;
h. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteiten al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien;
**2.** Subsidies onder de € 200 worden niet verstrekt.
Hoofdstuk 4
Artikel 8
Weigeringgronden
Onderdeel van Verordening tot eerste wijziging van de Algemene subsidieverordening Kaag en Braassem 2012