De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
door degenen die verblijf houden aan boord van:
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
hulpbehoevenden of van bejaarden;
kano’s, roei en volgboten;
motor en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4
meter;
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in
het gemeentelijke watergebied bevindt;
een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de leden van het
Koninklijk Huis;
een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie
Zeeland of de gemeente Noord-Beveland;
een vaartuig van de Koninklijke Marine of oorlogsvaartuigen
van vreemde naties;
een vaartuig dat in eigendom toebehoord aan de Koninklijke
Nederlandse Reddingsmaatschappij;
een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen,
welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie
Zeeland of de gemeente Noord-Beveland wordt uitgevoerd;
een vaartuig dat door één der in de gemeente Noord-Beveland
gevestigde scheepswerven wordt gebouwd of door of vanwege
deze werven wordt hersteld.
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de
heffing en invordering van toeristenbelasting;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld
in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het
Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting Noord-Beveland 2012