Naar hoofdinhoud
1. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de Wwb komt in aanmerking voor de langdu-righeidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 60 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Wwb en artikel 7 van de WIJ. 2. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. 3. Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op lang-durigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezins-lid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als al-leenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Rechtspraak bij dit artikel