**1..** Het college kent een individuele inkomenstoeslag toe, indien een persoon:
een langdurig laag inkomen heeft;
een maatschappelijke bijdrage levert of heeft geleverd in de vorm van een tegenprestatie, zoals omschreven in de Verordening tegenprestatie gemeente Oldambt 2015;
in een periode van twaalf maanden niet eerder een individuele inkomenstoeslag heeft ontvangen;
in de referteperiode de bijstand niet is verlaagd wegens een gedraging van de tweede of derde categorie als bedoeld in artikelen 7, onder b en c, en 8, onder b en c, van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Oldambt 2015 of wegens schending van de verplichtingen, genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, en
geen uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt.
**2..** Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien:
het college op grond van de artikelen 6 en 7 van de Verordening tegenprestatie gemeente Oldambt 2015 geen tegenprestatie opdraagt of heeft opgedragen;
de persoon blijvend niet in staat is naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, of
de persoon gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de Verordening re-integratie Participatiewet gemeente Oldambt 2015.
**3..** Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op gedragingen die hebben plaatsgevonden en verlagingen die zijn opgelegd voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 3
Voorwaarden individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Oldambt 2015