**1..** Het college kent een individuele inkomenstoeslag toe, indien een persoon:
a. een langdurig laag inkomen heeft en
b. geen zicht heeft op inkomensverbetering. Het geen zicht hebben op inkomensverbetering is
afhankelijk van de krachten en bekwaamheden van de persoon alsmede van de inspanningen
die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen en
c. een maatschappelijke bijdrage levert of heeft geleverd in de vorm van een tegenprestatie, zoals
omschreven in de Verordening tegenprestatie gemeente Oldambt 2016 en
d. in een periode van twaalf maanden niet eerder een individuele inkomenstoeslag heeft ontvangen
en
e. in de referteperiode de bijstand niet is verlaagd wegens een gedraging van de tweede of derde
categorie als bedoeld in artikelen 7, onder b en c, en 8, onder b en c, van de
Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Oldambt 2016 of wegens
schending van de verplichtingen, genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, en
f. geen uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt.
**2..** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing indien:
a. het college op grond van de artikelen 4 lid 1, 6 en 7 van de Verordening tegenprestatie gemeente
Oldambt 2016 geen tegenprestatie opdraagt of heeft opgedragen;
b. de persoon blijvend niet in staat is naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, of
c. de persoon gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de
Verordening re-integratie Participatiewet gemeente Oldambt 2016.
Artikel 3
Voorwaarden individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Oldambt 2016