Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 11

Artikel 21

Verantwoording Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Amstelveen

1.. Het college gaat na of het verstrekte Persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken op verzoek van het college per omgaande te verstrekken. 2.. Met betrekking tot een individuele voorziening vermeldt het college bij beschikking een nauwkeurig omschreven programma van eisen om volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen. 3.. PGB houders dienen zich aan de gebruikersvoorwaarden van een individuele voorziening te houden, overeenkomstig de bruikleenvoorwaarden bij voorzieningen in natura. 4.. Een individuele voorziening gekocht met een PGB wordt in bruikleen verstrekt en blijft eigendom van de gemeente. De investering van de klant in de voorziening wordt bij inname niet verrekend. 5.. De PGB houder dient binnen twee maanden het PGB bedrag aan te wenden voor de aanschaf van de geïndiceerde individuele voorziening. 6.. De PGB houder dient een kopie van het aanschafbewijs en/of aankoopnota in te dienen maximaal vier maanden na de datum van de beschikking. Ook dient een bouwkundige controle plaats te vinden. 7.. Met betrekking tot Hulp bij het huishouden dient de PGB houder een zorgovereenkomst en nota’s te overhandigen. 8.. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan waarvoor het is verstrekt, dan zal het college het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen. 9.. De controle op het gebruik van het PGB voor Hulp bij het huishouden vindt door middel van een representatieve steekproef plaats. De controle op de besteding van het PGB bij overige individuele voorzieningen vindt bij iedere verstrekking plaats.

Rechtspraak bij dit artikel