**1..** Het college volstaat bij een eerste maatregelwaardige gedraging, als
bedoeld in artikel 14 van deze verordening met het geven van een
waarschuwing, tenzij binnen de voorafgaande 12 maanden een
vergelijkbare gedraging heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is
verleend; of
belanghebbende inmiddels geen bijstand of uitkering meer
ontvangt, tenzij de belanghebbende binnen een periode van
zes maanden opnieuw bijstand of uitkering gaat ontvangen. In
dat geval wordt een besluit genomen over het alsnog
toepassen dan wel afzien van een verlaging op dat moment;
of
het college dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college volstaat met het geven van een waarschuwing of
afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende
redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling
gedaan.
Paragraaf 2.
Artikel 5.
Waarschuwing of afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, Bbz, Ioaw, Ioaz gemeente Cranendonck 2012