Burgemeester en wethouders kunnen een in het register
ingeschreven woningzoekende, die voldoet aan een van de
onder lid 4 genoemde indicatiegronden, urgent verklaren,
waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
de woningzoekende is ingezetene van de regio;
de woningzoekende beschikt(e) over zelfstandige woonruimte
in de regio;
er is sprake van een bijzondere persoonlijke
noodsituatie;
de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing
te hebben gezocht;
een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk èn
de woningzoekende is niet in staat om zelf binnen zes
maanden voor passende huisvesting te zorgen via het
aanbodsysteem als bedoeld in artikel 2.6.1. of op andere
wijze.
De in het vorige lid gestelde voorwaarden 1d. tot en met 1f.
zijn niet van toepassing voor urgentie op grond van een
volkshuisvestelijke indicatie.
In afwijking van lid 1a vervalt het vereiste van het bewonen
van een, volgens het bestemmingsplan, voor permanente
bewoning bestemde woonruimte indien bij een aanvraag om een
medische indicatie de medisch adviseur positief
adviseert.
Er zijn de volgende indicatiegronden voor urgentie:
A.Sociale indicatie
Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de regio die in
verband met sociale problemen in combinatie met
omstandigheden in de huidige in de regio gelegen woning
dringend op korte termijn een andere woning nodig hebben.
Alleen onder de navolgende genoemde omstandigheden wordt een
sociale indicatie verleend:
a.Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
toedoen
Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte
moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende gevallen
in aanmerking komen voor urgentie:
het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte
dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer
tot vrije oplevering heeft gedwongen;
het verlaten van woonruimte ten gevolge van een
gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings)vonnis,
voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had
kunnen worden;
een calamiteit zoals brand of overstroming.
Het verzoek om sociale indicatie voor urgentie moet
uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de
dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden
gedaan.
b.Relatiebeëindiging
Degenen die de zorg voor minderjarige kinderen hebben en bij
wie de kinderen geregistreerd staan volgens de gemeentelijke
basisadministratie van een van de regiogemeenten, kunnen in
aanmerking komen voor urgentie nadat een (voorlopige)
voorziening bij echtscheiding is getroffen (waarbij urgentie
op basis van voorlopige voorziening alleen kan worden
afgegeven indien aantoonbaar het echtscheidingsverzoek is
ingediend), danwel sprake is van verbreking van een
geregistreerd partnerschap, een notarieel vastgelegd
samenlevingscontract dan wel blijkend uit de Gemeentelijke
basisadministratie, voor zover:
in geval van echtscheiding:
de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot
toewijzing van de in de regio gelegen woning door
de partij, die de zorg voor het (de) minderjarige
kind(eren) op zich neemt en
aantoonbaar is dat in de
echtscheidingsprocedure het recht om in de huidige
woning te blijven wonen, alsmede voldoende
alimentatie of ander inkomen om de woonlasten op
te kunnen brengen zijn geclaimd en
het verzoek om sociale indicatie voor urgentie
binnen drie maanden na de gerechtelijke uitspraak
wordt gedaan.
in geval van verbreking van een geregistreerd
partnerschap of een notarieel vastgelegd
samenlevingscontract, dan wel blijkend uit de
Gemeentelijke basisadministratie dat betrokkenen
minimaal 2 jaar samenwonen:
-aantoonbaar is door middel van een
schriftelijk en aangetekend verzoek dat door de
partij die de zorg voor het (de) minderjarige
kind(eren) op zich neemt het recht om in de
huidige, in de regio gelegen, woning te blijven
wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander
inkomen om de woonlasten op te kunnen brengen zijn
geclaimd en
het verzoek om sociale indicatie voor urgentie
binnen drie maanden na verbreking van de relatie
wordt gedaan.
Aan de onder I. en II. genoemde verplichting tot het claimen
van het recht om in de huidige woning te blijven wonen,
alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen te claimen om
de woonlasten op te kunnen brengen, hoeft niet te worden
voldaan als schriftelijk aantoonbaar kan worden gemaakt dat
het niet zinvol is een dergelijke claim te leggen.
Hiervan is in ieder geval sprake indien:
de betreffende woning op naam van de partner
staat, voor zover er geen sprake is van een
gemeenschap van goederen;
de partner waarbij de claim zou worden
neergelegd slechts een uitkering op
bijstandsniveau heeft.
Relatie-beëindiging met gedeelde zorg voor
minderjarige kinderen (co-ouderschap)
In het geval van co-ouderschap kan slechts urgentie aan één
van de ouders worden verleend. De hierboven onder b, I en II
genoemde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing. In
het geval dat één van beide ouders in de huidige woning kan
blijven wonen wordt in geval van co-ouderschap geen urgentie
verleend aan de andere ouder.
d.Financiële omstandigheden
Ingezetenen van de regio, die de zorg voor
minderjarige kinderen hebben en bij wie de
kinderen geregistreerd staan, die buiten eigen
schuld financieel in zodanige problemen zitten dat
zij de woonlasten niet meer op kunnen brengen,
kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor
urgentie indien de betrokkene daadwerkelijk in
aanmerking komt voor een uitkering uit een
gemeentelijk woonlastenfonds, danwel een
woonkostentoeslag van de sociale dienst, met
daaraan verbonden de voorwaarde om te zien naar
goedkope woonruimte. De financiële problemen mogen
niet direct het gevolg zijn van
relatiebeëindiging.
Voorts kunnen ingezetenen van de regio in
aanmerking komen voor urgentie indien zij buiten
eigen schuld of toedoen hun woonruimte moeten
verlaten als gevolg van het overschrijden van de
maximale huurgrens voor huurtoeslag indien gegeven
het inkomen recht op huurtoeslag bestaat.
Medische indicatie
Ingezetenen van de regio, die in een om medische redenen
(fysiek/psychisch) onhoudbare woonsituatie verkeren en om
die reden een indicatie voor andere woonruimte hebben
ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor urgentie.
Datzelfde geldt voor ingezetenen van de regio die te maken
hebben met een als gevolg van de woonsituatie zeer
progressief ziektebeeld. Indien in het kader van de Wet
Voorzieningen Gehandicapten verhuizing wordt aanbevolen in
verband met ergonomische belemmeringen door ernstige fysieke
belemmeringen kan aan ingezetenen van de regio urgentie
worden verleend, mits verhuizen naar oordeel van
burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopst
adequate voorziening is.
C.Volkshuisvestelijke indicatie
Huurders en eigenaar-bewoners van woningen in de regio die
in het belang van de volkshuisvesting of ter uitvoering van
openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of
ingrijpend verbeterd moeten worden, kunnen in aanmerking
komen voor urgentie.
Burgemeester en wethouders kunnen bij afgifte van de
urgentie als hierboven bedoeld bepalen dat betrokken
bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te
bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het
ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex. Wanneer geen
passend aanbod als bedoeld in paragraaf 2.3. kan worden
geboden in het ingrijpend verbeterde dan wel nieuwgebouwde
complex, kan eenmalig een passend aanbod tot terugkeer
elders in de woonbuurt worden gedaan.
D.Maatschappelijke indicatie
Woningzoekenden die in verband met navolgende omstandigheden
dringend woonruimte nodig hebben kunnen in aanmerking komen
voor urgentie, het betreft hier:
-personen die verblijven in een van gemeentewege erkend
opvangtehuis in de regio of uit een van gemeentewege erkende
hulp- en dienstverleningsinstellingen in de regio, over wie
met betrekking tot toewijzing van woonruimte in regionaal of
lokaal verband afspraken zijn gemaakt.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2.5.1
Urgent woningzoekenden
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2006 gemeente Lopik