Burgemeester en wethouders kunnen met besturen van
woningcorporaties een overeenkomst sluiten waarin
afspraken worden neergelegd over de wijze waarop de
samenwerking op het terrein van de
woonruimteverdeling gestalte wordt gegeven.
Burgemeester en wethouders kunnen ook met andere
marktpartijen overeenkomsten afsluiten over
samenwerking bij woonruimteverdeling.
Door middel van Lokaal Maatwerk kunnen burgemeester
en wethouders met eigenaren of groep van eigenaren
van woonruimte, een overeenkomst sluiten waarin
afspraken worden neergelegd over de wijze van
toewijzing. De overeenkomst kan in de plaats treden
van het geheel of delen van deze verordening, indien
aan de volgende voorwaarden wordt voldaan
Lokaal Maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van het
gemiddelde aantal woningen dat in de gemeente in de
afgelopen 3 jaar is vrijgekomen.
Lokaal Maatwerk heeft betrekking op:
de verhouding inkomen – huur;
aanvullende toelatingseisen op complexniveau bij
beheerproblemen;
een ander toewijzingssysteem dan het
aanbodmodel;
gerichte doorstroming met voorrang voor
woningzoekenden die specifieke woonruimte
achterlaten;
voorrangsregeling voor specifieke doelgroepen van
beleid;
de regeling Huur – Direct en
invulling van een voorrangsregeling voor gemeenten
met beperkte bouwmogelijkheden
de regeling Experimenten
De nadere uitwerking van lid 2b is opgenomen in Bijlage 1,
Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening.
Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks binnen drie
maanden na afloop van het kalenderjaar aan het
Samenwerkingsverband Utrecht-West over het gebruik van het
maatwerkartikel.
Een eventuele voorrangsregeling voor gemeenten met beperkte
bouwmogelijkheden zal op termijn door middel van aparte
beleidsregels door Provinciale Staten worden vastgesteld.
Gebruik van de regeling Experimenten dient te gebeuren met
inachtneming van de navolgende regels:
een experiment mag niet strijdig zijn met de
Huisvestingswet;
een experiment heeft een looptijd van maximaal 2
jaar;
over de aard, inhoud en rapportage over het
experiment, het toepassingsgebied en de evaluatie
worden in een convenant bindende afspraken
opgenomen.
Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht kunnen
toestemming verlenen om een voorrangsregeling toe te passen
voor kleine kernen.
De nadere uitwerking van lid 3 is opgenomen in Bijlage 1,
Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening.
De “voorrangsregel kleine kernen” alsmede de huisvesting van
statushouders valt buiten lokaal maatwerk.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2.8.1
Overeenkomsten
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2006 gemeente Lopik