Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf

Artikel 2.8.1

Overeenkomsten

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2006 gemeente Lopik

Burgemeester en wethouders kunnen met besturen van woningcorporaties een overeenkomst sluiten waarin afspraken worden neergelegd over de wijze waarop de samenwerking op het terrein van de woonruimteverdeling gestalte wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen ook met andere marktpartijen overeenkomsten afsluiten over samenwerking bij woonruimteverdeling. Door middel van Lokaal Maatwerk kunnen burgemeester en wethouders met eigenaren of groep van eigenaren van woonruimte, een overeenkomst sluiten waarin afspraken worden neergelegd over de wijze van toewijzing. De overeenkomst kan in de plaats treden van het geheel of delen van deze verordening, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan Lokaal Maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van het gemiddelde aantal woningen dat in de gemeente in de afgelopen 3 jaar is vrijgekomen. Lokaal Maatwerk heeft betrekking op: de verhouding inkomen – huur; aanvullende toelatingseisen op complexniveau bij beheerproblemen; een ander toewijzingssysteem dan het aanbodmodel; gerichte doorstroming met voorrang voor woningzoekenden die specifieke woonruimte achterlaten; voorrangsregeling voor specifieke doelgroepen van beleid; de regeling Huur – Direct en invulling van een voorrangsregeling voor gemeenten met beperkte bouwmogelijkheden de regeling Experimenten De nadere uitwerking van lid 2b is opgenomen in Bijlage 1, Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening. Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar aan het Samenwerkingsverband Utrecht-West over het gebruik van het maatwerkartikel. Een eventuele voorrangsregeling voor gemeenten met beperkte bouwmogelijkheden zal op termijn door middel van aparte beleidsregels door Provinciale Staten worden vastgesteld. Gebruik van de regeling Experimenten dient te gebeuren met inachtneming van de navolgende regels: een experiment mag niet strijdig zijn met de Huisvestingswet; een experiment heeft een looptijd van maximaal 2 jaar; over de aard, inhoud en rapportage over het experiment, het toepassingsgebied en de evaluatie worden in een convenant bindende afspraken opgenomen. Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht kunnen toestemming verlenen om een voorrangsregeling toe te passen voor kleine kernen. De nadere uitwerking van lid 3 is opgenomen in Bijlage 1, Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening. De “voorrangsregel kleine kernen” alsmede de huisvesting van statushouders valt buiten lokaal maatwerk.

Rechtspraak bij dit artikel