Deze verordening wordt aangehaald als de: Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2012.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Woudenberg d.d. 22 december 2011 K. Wiesenekker J.G.P. van Bergen
raadsgriffier voorzitter
ALGEMENE TOELICHTING
Inleiding
De Wet kinderopvang (Wk) is op 1 januari 2005 in werking getreden. Deze wet beoogt het ouders of verzorgers gemakkelijk te maken om werk en zorg voor kinderen te combineren. Niet alleen werkenden kunnen een beroep doen op de Wk. Een aantal in de wet benoemde doelgroepen kan een beroep doen op de gemeente voor het betalen van een deel van de kosten die zij maken voor kinderopvang. De vergoeding door de gemeente van een deel van de kosten voor kinderopvang wordt aangeduid met de term
“tegemoetkoming kosten kinderopvang”. Het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in een landelijk register. Een gemeentelijke tegemoetkoming is mogelijk naast een kinderopvangtoeslag van de belastingdienst. Per 1 augustus 2010 is de wet gewijzigd in Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Deze verordening betreft alleen de tegemoetkoming
kosten kinderopvang.
Artikel 1.25 Wk bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt omtrent de tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels hebben betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming. Deze verordening geeft invulling aan de wettelijke bepaling.
De tegemoetkoming is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), te weten: een aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op een bepaalde activiteit van de aanvrager, in casu de ouder(s). De Awb stelt regels over subsidies. Op de verstrekking van tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang door gemeenten zijn meerdere regelingen van toepassing:
de gemeentelijke verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2011;
de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; met onderliggende Besluiten en Regelingen;
de subsidieregels in titel 4:2 van de Awb.
De verordening staat los van bestaande gemeentelijke subsidieverordeningen en -regelingen. De Algemene subsidieverordening is dan ook niet van toepassing op de verstrekking van tegemoetkomingen. De hoogte van de tegemoetkomingen wordt in of bij de wet bepaald. Gemeenten hebben hierin geen beleidsvrijheid. De tegemoetkoming bedraagt in beginsel 1/6 (alleenstaande ouder) of 1/3 (echtpaar) van de kosten voor kinderopvang, in sommige gevallen verhoogd met een toeslag.
Hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de tegemoetkomingen
In deze verordening zijn de hoofdlijnen vastgelegd van het proces van verstrekking van de tegemoetkomingen door het college. Daarbij zijn twee uitgangspunten gehanteerd:
de uitvoeringslasten voor zowel de gemeente als de aanvragers van de tegemoetkoming moeten zo beperkt mogelijk zijn;
de gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn met de verstrekking van de tegemoetkomingen moeten zo goed mogelijk beheersbaar zijn.
Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke uitgaven te bevorderen
De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een zogeheten 'open-einde regeling'. Dit betekent dat iedereen die op grond van de Wk behoort tot de gemeentelijke doelgroep recht heeft op een tegemoetkoming van de gemeente.
Om als gemeente in staat te zijn greep te houden op de kosten die gepaard gaan met de verstrekking van de tegemoetkomingen, zijn in deze verordening de volgende bepalingen opgenomen:
de omvang van de aanspraak van ouders op een tegemoetkoming van de gemeente wordt aan beperkingen gebonden. In de verordening wordt bepaald dat de tegemoetkoming wordt verstrekt voor het aantal uren kinderopvang dat naar het oordeel van het college voor de ouder redelijkerwijs noodzakelijk is om de combinatie van arbeid en zorg mogelijk te maken, c.q. die noodzakelijk is in verband met een afgegeven sociaal-medische indicatie;
er worden geen tegemoetkomingen met terugwerkende kracht verstrekt. Een gemeentelijke tegemoetkoming wordt niet eerder verstrekt dan de datum waarop de aanvraag voor een tegemoetkoming door de gemeente in ontvangst is genomen;
de tegemoetkoming wordt maandelijks uitbetaald op basis van de maandelijks ingeleverde facturen; betaling vindt in principe middels machtiging rechtstreeks plaats aan het kindercentrum of gastouderbureau waar de opvang plaatsvindt. Hierdoor blijft de omvang van eventuele onverschuldigde betalingen, die de gemeente van de ouders moet terugvorderen, beperkt;
de tegemoetkoming wordt uiteindelijk alleen verstrekt voor het daadwerkelijk aantal geleverde kinderopvanguren.
Tegemoetkomingen voor de duur van een kalenderjaar
Een tegemoetkoming wordt in principe verstrekt voor de duur van een kalenderjaar. Daarmee wordt aangesloten bij de wijze waarop de betalingen van de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst worden verstrekt. Dit betekent, dat een tegemoetkoming in principe elk jaar opnieuw moet worden aangevraagd.
Een uitzondering wordt gemaakt voor de gevallen waarin bij de aanvraag reeds duidelijk is dat de aanspraak op de tegemoetkoming beperkt is tot een bepaalde periode (bijvoorbeeld de duur van een re-integratietraject die in het trajectplan is vastgelegd of de datum waarop het kind naar de basisschool gaat of de basisschool verlaat).
Verstrekking van de tegemoetkoming in één stap
Hoewel een subsidie in twee stappen kan worden vastgesteld door eerst een besluit tot verlening van de tegemoetkoming te nemen (voorwaardelijke aanspraak) en daarna de definitieve vaststelling, verzet de Awb zich niet tegen vaststelling in één stap.
In afwijking van de eerder vastgestelde verordening op 22 december 2004 vindt thans de toekenning plaats in één vaststellingsbeschikking. In de praktijk is niet gebleken dat herziening van de hoogte van de tegemoetkoming diende plaats te vinden, mede omdat alleen betaling plaatsvond op basis van maandelijkse facturen wegens daadwerkelijk geleverde kinderopvang, gebaseerd op de toekennings-beschikking.
Jaarlijkse controle aan het einde van het kalenderjaar kan dan ook achterwege blijven.
Het risico van eventuele terugvordering van teveel betaalde tegemoetkoming is dan ook zeer klein, omdat er voldoende controle-momenten zijn bij de maandelijkse betaling.
Overigens voorziet artikel 4:49 van de Awb in de mogelijkheid de subsidievaststelling in te trekken of te wijzigen indien daartoe gegronde redenen bestaan. Zie ook de toelichting op artikel 13 van deze verordening.
Beslistermijnen
De verordening bevat geen voorschriften over beslistermijnen. Dat houdt in dat de gebruikelijke regeling van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is, d.w.z. dat binnen een redelijke termijn op een aanvraag moet worden beslist. De termijn kan eenmaal met een redelijke termijn worden verlengd. Zie de artikelen 4:13 t/m 4:15 van de Awb. Bij termijnoverschrijding kan de aanvrager een beroep doen op de
dwangsomregeling in artikel 4:17 e.v. van de Awb.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Paragraaf 6.
Artikel 18.
Citeertitel
Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang 2012