Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 36

Vermogensvorming

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Sliedrecht 2003

1.In de gevallen als bedoeldin artikel 4:4l, tweede lid, van de wet is de subsidie-ontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding voor de vermogensvorming verschuldigd, tenzij burgemeester en wethouders hiervan afzien. 2.Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidie-ontvanger wordt ontvangen. 3.Voorzover het onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige. 4.Burgemeester en wethouders stellen de vergoeding na overleg met de subsidie-ontvanger vast. Burgemeester en wethouders houden hierbij rekening met de mate waarin de subsidie heeft bijgedragen tot vermogensvorming. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de vermogenswaardevermeerdering geheel ten goede komt aan de gemeente, voor zover deze is veroorzaakt door de subsidieverstrekking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel