1.Activiteitinkomen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover deze naar het oordeel van
burgemeester en wethouders in voldoende mate in het belang zijn van de gehele of een deel van
de lokale gemeenschap, althans in het belang van de gemeente Sliedrecht worden geacht.
2.Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover de activiteiten passen
binnen het beleid van de gemeente.
3.Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover die activiteiten niet ten
doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze,
levensbeschouwelijke of politieke aard.
4.Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover die activiteiten niet
uitsluitend of in hoofdzaak worden ontplooid in het belang van een politieke partij, een
vakorganisatie, een bedrijf, een kerkgenootschap of een andere levensbeschouwelijke instelling.
5.Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover naar het oordeel van
burgemeester en wethouders door de subsidieaanvrager een zodanige werkwijze wordt toegepast
alsmede over een zodanige organisatorische opzet en over zodanig gekwalificeerde medewerkers
beschikt, dat burgemeester en wethouders redelijkerwijs mag verwachten dat de beoogde
doeleinden kunnen worden bereikt.
6.Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover de organisatie niet zelf in
de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, tenzij
burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de te verrichten activiteiten van dermate belang
zijn dat van deze regel kan worden afgeweken.
7.Onder middelen van derden, zoals bedoeld in het vorige lid, worden onder meer verstaan
legaten, het eigen vermogen en het batig exploitatiesaldo van naar het oordeel van burgemeester
en wethouders aan de subsidie-aanvrager gelieerde rechtspersonen.