De aanvrager die een verzoek om subsidie indient, neemt daarbij het volgende in acht:
de aanvraag wordt schriftelijk bij burgemeester en wethouders ingediend;
de aanvraag is ondertekend en bevat ten minste naam en adres van de aanvrager, de dagtekening alsmede een aanduiding van de subsidie die wordt gevraagd; c. de ondertekening geschiedt door degenen die de organisatie rechtsgeldig mogen vertegenwoordigen.
De aanvrager die een verzoek om een activiteitsubsidie indient, neemt daarbij het volgende in
acht a. de aanvraag wordt uiterlijk 3 maanden voor het tijdstip waarop een aanvang met de activiteit wordt gemaakt, ingediend; b. de aanvraag is voorzien van een begroting, met een duidelijke toelichting betreffende de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de aanvraag is voorzien van een beschrijving van de activiteit, het doel en de beoogde effecten; d. de aanvraag is voorzien van een overzicht van de financiële positie van de organisatie op het tijdstip van de aanvraag, op basis van de balans en rekening van baten en lasten van
het voorafgaande jaar met toelichting;
e.burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het bepaalde onder a. en
onder d.
3.Naast de in paragraaf 4.2.8.2 van de wet genoemde verplichtingen neemt de aanvrager die een
verzoek om een budgetsubsidie indient, het volgende in acht:
a.de aanvraag wordt vóór l april van het jaar voorafgaande aan dat waarin het te subsidiëren
activiteitenplan gerealiseerd wordt of een aanvang neemt, ingediend;
b.de aanvraag is voorzien van een overzicht welke reserves de organisatie meent te moeten
hebben, voor welke doeleinden deze moeten dienen en tot welk bedrag de organisatie deze
wenst te vormen;
c.de aanvraag is voorzien van een overzicht van met de organisatie gelieerde
rechtspersonen, alsmede van de aard van de betrekking;
d.de aanvraag is voorzien van een bewijs van inschrijving bij de kamer van koophandel of
het verenigingsregister.
4.De aanvrager die een verzoek om een waarderingssubsidie indient, neemt daarbij het volgende in
acht:
a.de aanvraag wordt uiterlijk 3 maanden voor het tijdstip waarop een aanvang met de
activiteit wordt gemaakt, ingediend;
b.voorzover de aanvraag betrekking heeft op één of meer boekjaren, wordt de aanvraag vóór
1 april van het jaar voorafgaande ingediend;
c.de aanvraag is voorzien van een beschrijving van de activiteit, het doel en de beoogde
effecten.
5.Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de genoemde gegevens en bescheiden nog
andere gegevens, van belang voor de beslissing op de aanvraag, moeten worden overlegd.
6.Bescheiden die worden ingeleverd, zijn gewaarmerkt door het bestuur van de organisatie.
Hoofdstuk 4
Artikel l4
Verzoek om subsidie
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Sliedrecht 2003