Onder de naam `belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten'
worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe
belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die – naar de
omstandigheden beoordeeld – bij het begin van het
kalenderjaar een ruimte al dan niet krachtens eigendom,
bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder
te noemen: gebruikersbelasting;
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
eigenarenbelasting.
Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:
gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte
in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
die dat deel in gebruik heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die
deze ruimte ter beschikking heeft gesteld.
Degene die een in het vorige lid, onder b. bedoelde deel of een
onder c. bedoelde bedrijfsruimte ter beschikking heeft gesteld is
bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die
ruimte of deel daarvan ter beschikking is gesteld.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012