Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Bescherming van de medewerker

Onderdeel van Regeling Melding Vermoeden Misstand 2011

1.. De medewerker zal door de melding van een vermoeden van een misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Nadelige gevolgen zijn in ieder geval besluiten tot: het verlenen van ongevraagd ontslag; het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een vaste aanstelling; de opgelegde benoeming in een andere functie; het treffen van disciplinaire maatregelen; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; het onthouden van promotiekansen en het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover deze besluiten worden genomen vanwege de door de medewerker gedane melding van een vermoeden van een misstand. 2.. Het college zorgt er voor dat de melder ook niet op een andere manier nadelige gevolgen van de melding heeft bij de uitoefening van zijn functie. 3.. Lid 1 en 2 van dit artikel geldt ook voor de medewerker die te goeder trouw een vermoeden van een misstand meldt in een andere organisatie dan die van de gemeente, volgens een bij die organisatie geldende regeling. De bescherming geldt alleen als de medewerker -. uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt; -. uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de vermoede misstand; -. het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn leidinggevende heeft gemeld; -. zich heeft gehouden aan de afspraken die over deze melding met hem zijn gemaakt door het college.

Rechtspraak bij dit artikel