Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen Amersfoort 2012

De burgemeester kan de vergunning intrekken: indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 8, onder 2; indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zesentwintig weken wordt onderbroken. Intrekking van de vergunning geschiedt niet, spoedeisende gevallen uitgezonderd, voordat de vergunninghouder bij aangetekende brief van het voornemen daartoe in kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld in persoon of bij gemachtigde door de burgemeester te worden gehoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel