Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Wijzigingen of intrekken van de vergunning

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Rijssen-Holten 2010

De vergunning worden ingetrokken of gewijzigd op grond van het bepaalde in artikel 1:8 van de APV en als: de vergunninghouder overlijdt; als gebleken is dat een ander dan de vergunninghouder de standplaats in gebruik heeft genomen zonder dat daarvoor ontheffing is verleend; bij herhaaldelijk overtreden van de vergunningsvoorschriften; als de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; als er ter verkrijging van de vergunning onjuiste, dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt. niet of niet tijdig de verschuldigde kosten worden betaald die worden geheven voor gebruik van de grond; de vergunninghouder gedurende een aaneengesloten periode van twee maanden geen standplaats heeft ingenomen Als het college het voornemen heeft om de standplaatsvergunning in te trekken, gaat zij hiertoe niet over dan nadat de vergunninghouder in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. het college kan, als zij onverwijld optreden noodzakelijk acht, de vergunninghouder in afwachting van de besluitvorming het recht ontzeggen om de standplaats gedurende een periode van maximaal vier weken daadwerkelijk te gebruiken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel