functie ervan
1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
overeenkomstig
de publieke functie daarvan, als:
a.het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert
voor de
bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
daarvan, dan
wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
onderhoud van de
weg;
b.het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
omgeving niet
voldoet aan redelijke eisen van welstand.
2.Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde
of de woon- en
leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en
uitstallingen.
3.Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
eerste lid gestelde
verbod.
16
4.Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
het eerste lid
bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld
in artikel 2.2, eerste
lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht
Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:31;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.
Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
artikel 5 van de
Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 5.
Artikel 2:13
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2