1.Het is de houder van een openbare inrichting als bedoeld in
artikel 2:34 verboden in
dat openbare inrichting toe te laten of te laten verblijven niet tot
zijn gezin behorende
24
personen, die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van
alcoholhoudende
drank plegen te maken en van wie de namen als zodanig door de
burgemeester
schriftelijk aan de houder zijn opgegeven.
2.De houder van een openbare inrichting is verplicht, indien een
persoon als bedoeld in
het eerste lid die zich in zijn openbare inrichting bevindt, in
gebreke blijft deze te
verlaten, hiervan terstond kennis te geven aan de politie.
3.Het is verboden inzage te verlenen in de opgave, bedoeld in het
eerste lid of
daaromtrent mededelingen te doen aan anderen dan ambtenaren van de
politie.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 7.
Artikel 2:44
Zwarte lijst
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2