1.Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een
door het college
aangewezen gebied, drank te gebruiken of aangebroken flessen,
blikjes en dergelijke
met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
een terras dat behoort bij een openbare inrichting,
als bedoeld in artikel 1 van de
Drank- en Horecawet;
b.de plaats, niet zijnde een openbare inrichting, als bedoeld onder
a, waarvoor een
ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en
Horecawet.
3.Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek
toegankelijke plaats of in een
voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in lijst II,
onderdeel b,
behorende bij de Opiumwet, te gebruiken, toe te dienen, dan wel
voorbereidingen
daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen
en/of stoffen
voorhanden te hebben.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11.
Artikel 2:58
Verboden drankgebruik of softdrugs
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2