1.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426 bis en 431 van
het Wetboek van
Strafrecht is het verboden op of aan de weg, of in een voor het
publiek toegankelijk
gebouw en/of ruimte, zoals een voor het publiek toegankelijk
portaal, telefooncel,
wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
rijwielstalling of een
andere soortgelijke, op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich
zonder redelijk doel
op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden, op enigerlei
wijze de orde te
verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen,
te vechten, deel te
nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
gedrag
aanleiding te geven tot wanordelijkheden.
2.Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien er
ernstig gevaar voor
het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde
plaatsen een voorwerp of
stof, kennelijk meegebracht om die orde te verstoren, bij zich te
hebben.
3.Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen, wegen
of weggedeelten,
wanneer deze door of vanwege de Politie of de Gemeente in het belang
van de
openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn
afgezet.
4.Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting van
een gedeelte van de
weg of vanwege het bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te
verwijderen of
omver te halen.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 11.
Artikel 2:60
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2011 versie 2