De rechten, bedoeld in de artikelen 6, 7, 8, 9, eerste en tweede lid en 10 moeten worden voldaan op de volgende tijdstippen:
die vermeld in de artikelen 6 en 7, tegelijk met het in behandeling nemen van de mededeling als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Verordening op de algemene begraafplaats in Wageningen, met dien verstande, dat indien het bepaalde in het vierde lid van artikel 6 van toepassing is, het meer verschuldigde moet zijn betaald binnen vier weken na de dagtekening van de brief die het college van burgemeester en wethouders terzake aan belastingplichtige doet toekomen;
die vermeld in artikel 8, tegelijk met het uitreiken van de terzake verleende vergunning, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Verordening op de algemene begraafplaats in Wageningen;
die vermeld in artikel 9, tweede lid, vóór de datum van ingang van de afkoopperiode, doch niet eerder dan op het moment, waarop wordt beschikt omtrent de aanvraag tot afkoop;
die vermeld in artikel 10, tegelijk met de inbehandelingneming van de aanvraag van grafrecht of tot overschrijving daarvan;
die vermeld in artikel 9, eerste lid, - in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 - ineens dan wel in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later, met dien verstande dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de hiervoor gestelde termijnen.
Artikel 12.
Tijdstip van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van begraafrechten 2012