Algemeen
Voor de systematiek van het toeslagen- en verlagingenmodel in de WWB geldt dat dit ongewijzigd blijft. Zo blijft het een verplichting om een alleenwonende alleenstaande bijstandsgerechtigde een maximale toeslag toe te kennen (art. 25, eerste lid WWB) en blijven de mogelijkheden om verlagingen vast te stellen onaangetast. Niettemin leidt de wijziging van de begrippen met betrekking tot de bijstandssubjecten en de invoering van de huishoudtoets ertoe dat een beleidsmatige en wetstechnische heroverweging van het toeslagen- en verlagingenbeleid op zijn plaats is. De beleidsmatige heroverweging vindt op een op een later tijdstip plaats. Mocht de onverkorte toepassing van het toeslagen- en verlagingenbeleid vanaf 1 januari 2012 in bepaalde gevallen onredelijke uitkomsten geven, dan kan altijd, individualiserend, een hogere toeslag worden verleend of afgezien van verlaging. Wat wel wijzigt is de doelgroep: door intrekken van de WIJ vallen jongeren voortaan onder de Toeslagenverordening WWB.
Onderdelen A en B
Met deze bepalingen worden enkele kernbegrippen van de nieuwe WWB 2012 van toepassing verklaard binnen de werkingssfeer van deze verordening. Dit is nodig om te voorkomen dat enkele nieuwe begrippen die niet in de bestaande verordening voorkomen, ertoe zouden leiden dat de verordening niet kan worden toegepast.
Onderdeel C
In verordeningen wordt voor het bepalen van de hoogte van de toeslag zoals genoemd inhoofdstuk 2 van de Toeslagenverordening WWB 2008 en verwezen naar de norm zijnde de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25 lid van de WWB. Omdat de wetswijziging ook leidt tot een herpositionering van de normen in de WWB, is voorzien in een gelijkstellingsbepaling, zodat ondubbelzinnig duidelijk is welke norm bedoeld wordt.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.
De Toeslagenverordening WWB
Onderdeel van Tijdelijke regels aanscherping Wet werk en bijstand 2012