Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 5.

De verordening Langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Tijdelijke regels aanscherping Wet werk en bijstand 2012

Algemeen Op twee onderdelen is de wetswijziging voor de verordening Langdurigheidstoeslag van belang. Allereerst de reeds eerder geconstateerde herdefiniëring van de bijstandssubjecten en de daaraan gekoppelde huishoudtoets. Daarnaast de bepaling dat de inkomensgrens die voor het recht op langdurigheidstoeslag geldt maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm kan bedragen. Onderdelen A en B In de verordening wordt één van de normbedragen met betrekking tot de hoogte van de langdurigheidstoeslag doorgaans gekoppeld aan ‘gehuwden’. Omdat dat begrip in de WWB als zelfstandig bijstandssubject is vervangen door het begrip ‘gezin’ dient dat ook in de verordening tot uitdrukking gebracht te worden. Dat wordt in onderdeel B geregeld. Onderdeel C De inkomensgrens voor categoriale regelingen als de langdurigheidstoeslag wordt per 1 januari 2012 gesteld op maximaal110% van de toepasselijke bijstandsnorm. IJsselstein heeft de grens al bijgesteld op 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Daarnaast wordt na 1 januari 2012 het recht op langdurigheidstoeslag beoordeeld naar het inkomen van een gezin. Indien een van de inwonende niet voldoet aan de criteria, dan kan de toeslag naar de norm van een alleenstaande of alleenstaande ouder worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel