De begrippen in deze verordening hebben dezelfde betekenis als de begrippen uit de Algemene wet bestuursrecht.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
gemeente: de gemeente Zoeterwoude;
college: het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude;
raad: de gemeenteraad van Zoeterwoude;
een subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan van de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten en/of prestaties anders dan als betaling voor de levering van goederen en/of diensten;
éénmalige subsidie: subsidie voor incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager;
exploitatiesubsidie: een subsidie waarbij de aanspraak op financiële middelen bestaat uit een bedrag ten behoeve van de exploitatie van de activiteiten;
waarderingssubsidie: een subsidie, waarbij de aanspraak op financiële middelen bestaat uit een waardering van bepaalde activiteiten en/of te leveren prestaties en deze aanspraak geen verband houdt met het exploitatieresultaat van de activiteiten en/of prestaties, die de gemeente met deze subsidie waardeert;
productsubsidie: een structurele subsidie waarbij een professionele instelling een subsidiebedrag krijgt verleend om een van tevoren vastgelegd takenpakket uit te voeren. Over de te leveren prestaties worden output-afspraken gemaakt. Deze worden vastgelegd in een prestatieovereenkomst en -afspraken;
eigen vermogen: het verschil tussen de bezittingen (activa) en de schulden (vreemd vermogen van de passiva) op de balans;
algemene reserve: onderdeel van het eigen vermogen, dat vrij besteedbaar is;
bestemmingsreserve: bestanddeel van het eigen vermogen dat bestemd is om in de toekomst uitgaven die zijn verbonden aan beoogde specifieke doelen te kunnen bekostigen, waarbij aannemelijk is dat toekomstige middelen daarvoor tekortschieten;
voorziening: vermogensbestanddelen voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten, die onvermijdelijk en nu reeds te voorzien zijn, die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar en / of berekenbaar zijn;
het subsidieprogramma: het besluit van de raad, waarbij de maximaal beschikbare subsidiebedragen (de subsidieplafonds) zijn vastgesteld;
de subsidieverlening: de beschikking waarbij een financiële aanspraak wordt verleend voor bepaalde activiteiten en/of prestaties, waardoor een voorwaardelijke aanspraak ontstaat;
het voorschot: de betaling van een deel van de subsidie voorafgaand aan de subsidievaststelling;
de subsidievaststelling: de beschikking waarin het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en waaruit het recht op betaling van dat bedrag ontstaat.