Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8:

verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Besluit van de Raad

De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden gecontroleerd. De subsidieontvanger volgt de aanwijzingen die het college in het belang van de in de vorige zin bedoelde vaststelling noodzakelijk acht, op. De subsidieontvanger verstrekt het college die inlichtingen, die zij voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de verstrekte subsidie noodzakelijk acht. Onder deze verplichting is begrepen het recht van de gemeente op inzage in de boeken en bescheiden van de subsidieontvanger. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; relevante wijzingingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe leiden dat aan de in de beschikking tot subsidieverlening gestelde voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kan worden voldaan; wijziging van de statuten, voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht. De subsidieontvanger verzekert zich tegen schade aan de in zijn eigendom zijnde opstallen en inboedel op basis van nieuwwaarde. Het is de subsidieontvanger toegestaan om een algemene reserve (vrij besteedbaar eigen vermogen) te vormen, waarvan de hoogte in een boekjaar niet meer bedraagt dan maximaal 25 % van de subsidie die voor dat boekjaar is verleend. Het college kan bij een hogere algemene reserve dan 25 %, de definitieve subsidie lager vaststellen. Van het bepaalde in het vorige lid kan het college afwijken indien gewichtige redenen, gebaseerd op een investeringsplan, tijdelijk een hogere reserve eist of in geval de aard van de instelling een hogere algemene reserve rechtvaardigt. De besteding van de vrijbesteedbare reserve moet volledig dienen ter bereiking van de doelen van de instelling, die door burgemeester en wethouders worden onderschreven. Het is een instelling toegestaan bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen, mits het doel en de onderbouwing de hoogte van de reserve of voorziening rechtvaardigt. Het college verleent de subsidieontvangers, met uitzondering van de (meer) professionele instellingen, vrijstelling van artikel 4.24 van de Awb, waarin de verplichting is opgenomen om tenminste éénmaal in de vijf jaar een verslag te publiceren over de doeltreffendheid en effecten van de subsidie. Het college bepaalt voor welke subsidieontvangers de vrijstelling niet geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel