**1..** De
vergunning, bedoeld in artikel 22, 1e lid, wordt verleend:
voor wat de familiegraven betreft, voor de tijd, gedurende welke
het recht op het graf bestaat;
voor wat de algemene graven betreft, niet zijnde kindergraven,
voor de duur van tien jaar; deze termijn kan éénmaal op
schriftelijk verzoek van de houder van de vergunning voor de
tijd van ten hoogste tien achtereenvolgende jaren worden
verlengd.
voor wat de algemene graven betreft, zijnde kindergraven, voor
de duur van tien; deze termijn kan driemaal op schriftelijk
verzoek van de houder van de vergunning voor de tijd van telkens
tien achtereenvolgende jaren worden verlengd.
**2..** Wanneer ten behoeve van de gemeente van het recht tot het
uitsluitend begraven in een grafruimte afstand wordt gedaan of
geacht wordt te zijn gedaan, alsmede bij het vervallen van
zodanig recht, vervalt het van rechtswege een ingevolge dit
artikel voor de desbetreffende grafruimte verleende
vergunning.
**3..** Bij overboeking van het recht tot het uitsluitend begraven in
een grafruimte ten name van een andere rechthebbende, wordt een
vergunning als bedoeld in lid 1, geacht van de datum van
overboeking af te zijn verleend aan de nieuwe rechthebbende, die
van het tijdstip af aansprakelijk is voor de nakoming van de uit
de vergunning voortvloeiende verplichtingen.
Hoofdstuk
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Verordening op het gebruik en beheer van de algemene begraafplaats