In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder:
Weg:
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande
wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen
bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende
bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en
als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
vaartuigen;
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
portieken, gangen, passages en galerijen, welke
uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte
toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen,
passages en galerijen, de afsluitbare alleen gedurende
de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe
naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.
Openbaar water:
alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het
publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.
Bebouwde kom:
de bebouwde kom als vastgesteld door gedeputeerde staten
overeenkomstig artikel 27, tweede lid van de Wegenverkeerswet,
bij hun besluit van 20 juli 1982.
Rechthebbende:
een ieder die over enig goed enige zeggenschap heeft krachtens
een zakelijk of persoonlijk recht.
Voertuigen:
alle gelede en ongelede motorvoertuigen, fietsen en andere rij-
of voertuigen, met uitzondering van die, welke bestemd zijn om
langs spoorstaven te worden voortbewogen en van kruiwagens,
kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.
Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of
ander materiaal, welke op de plaats van bestemming, hetzij
direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of
indirect steun vindt in of op de grond.
Gebouw:
elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte,
geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Vee:
grootvee en varkens
Kleinvee:
schapen, geiten, pluimvee, konijnen en andere kleine dieren in
het agrarisch bedrijf.
Handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen en diensten, waarmee
kennelijk primair beoogd wordt een commercieel belang te
dienen.
Wilde dieren:
niet te domesticeren dieren in die zin dat zij niet tot nut of
gezelligheid te houden zijn.
Uitstalling:
een los voorwerp geplaatst voor een pand op de weg, dat een
onmiskenbare relatie heeft met de handel van de in dat pand
gevestigde onderneming en niet valt onder het gemeentelijke
reclamebeleid.
Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)