(zie voor aanwijzingsbesluit: bijlage 20A en 20C bij
de slotpagina's)
Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond of
degene, die een hond onder zijn toezicht heeft, verboden
deze te laten verblijven of lopen:
op de weg zonder dat de hond aangelijnd en voldoende in zijn
macht is;
op de weg zonder dat de hond voorzien is van een aan de
halsband bevestigde, van gemeentewege verstrekte,
hondenpenning;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
speelweide;
op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen en
als zodanig aangeduide plaats.
Burgemeester en Wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar
het verbod sub a niet van toepassing is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.16
Loslopende honden, verboden plaatsen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Nijmegen (1992)